42,195 km New York

Vanessa (bestie van Tessa) en ik kennen elkaar niet, maar we hebben iets gemeen wat direct een band schept: we hebben op een vroege zondagochtend in november tussen 50.000 mensen voor de Verrazano-Narrows Bridge staan huilen.

Tranen gehuild door de impact van het Amerikaanse volkslied dat massaal uit volle borst werd meegezongen, de spanning, de helikopters boven ons en de rijen marshalls, die ervoor zorgden dat we niet platgedrukt werden. Daar gingen we. De bucketlist-favourite-NYC-marathon. Ieder in een ander jaar, maar beiden voor een fantastische (eind)tijd. We waren sterk. We waren klein. Who run the world? Girls!

You’ve got great stamina. Call me.

Let’s do this!

Ineens besluit je New York te lopen. Vanessa hakte in 2016 de knoop door omdat de life changing marathon dat jaar op haar verjaardag viel. Ik ging in 2011 omdat ik na de thuismarathon in Rotterdam ook NYC op een originele manier wilde sightseeën. Na maanden intensief trainen en voor steeds minder kilometers je hand omdraaien, kwam het letterlijk stap voor stap dichterbij. Even van werk naar huis lopen gaf Vanessa vertrouwen. Het was tenslotte 25 kilometer waar ze amper moe van werd. In topvorm stapten we in het vliegtuig met eindbestemming finish.

Toenails are for sissies.

Fluffy roze badjas

Om 6 uur ‘s ochtends kom je aan bij het startterrein waar je vervolgens een paar uur de tijd hebt om mensen te kijken, wakker te worden, je te verbazen over hoe vies iemand een wc kan maken en te wachten. Het terrein heeft iets weg van een festival. Met koffie in plaats van bier. Hordes lopers maken zich klaar in de nu nog meest bizarre outfits. Aangezien het best fris is op een vroege ochtend in november en je je warmhoudkleding niet 42 kilometer mee wilt slepen, lopen de meesten in een weggooi-outfit over hun nikeadidasasics-pakje. Een grote vent komt voorbij in een fluffy roze badjas. Je ziet skipakken, trui over trui, vuiliniszakcouture en vergane glorie. Er speelt een band, je eet nog een banaantje en kijkt 700 keer op je horloge.

This seems like an awful lot of work for a free ponchio.

Tweeënfuckingveertigkilometers en een beetje

De stad is er klaar voor en wij ook. New York ligt voor ons. Op de Verrazano-Narrows Bridge hangt nog een serene rust, maar al snel ontdekken we hoe warm en fanatiek de Amerikaanse supporters zijn. Ze roepen, juichen en staan met zelfgemaakte borden met de tofste teksten. We rocken de vijf wijken van de stad en na iedere brug sluiten we een stuk af, tot we eindelijk in Manhattan komen. We worden de wijk in gejuicht alsof we net voor eeuwige wereldvrede hebben gezorgd en een medicijn voor alle nare ziektes hebben ontwikkeld. Het is ras-, gender- en leeftijdoverschrijdend. Je bent alleen. Je bent samen. Het gaat door merg en (inmiddels vermoeid) been.

Smile if you peed a little.

Als een jalapeño

De meeste lopers hebben het de laatste kilometers zwaar, maar Vanessa heeft dat de eerste 28 kilometers. Ze maakte zich druk om een broodje. ‘s Ochtends in alle vroegte had ze per ongeluk de goedgevulde bagel met onder andere jalapeño van haar man meegenomen. Manlief moest de helft van de dag dus doorkomen op haar saaie broodje droge kip. Ze heeft daardoor bijna drie vierde van de tocht met het mantra ‘ik moet sorry zeggen’ gelopen voor ze hem bij de 28 kilometer langs de kant zag staan.

May the course be with you.

Wild van Ruud

En dan staat daar het bord met ‘nog 1 kilometer’. Ik spot Ruud de Wild een stukje voor me en maak er mijn levenswerk van hem in te halen. Het lukt me, en haal hem net voor de finish in. Mensen zijn euforisch en timide. Janken en juichen. Energie en instorten. Ik val flauw en kom later in de EHBO-tent weer bij. De eindsprint van een kilometer was blijkbaar te veel. Ik was blij dat mijn naam op mijn startnummer stond, want ik had geen idee meer hoe ik heette. Laat staan wat mijn ‘terug naar het hotel’-plan was. Gelukkig herkende iemand van de organisatie me en zette me in de juiste bus. Het schijnt dus dat je zo ver kan gaan dat een deel van je hersenen niet meer werkt.

In your mind you’re a Kenyan.

À la Marylin

Vanessa daarentegen voelde zich (en was natuurlijk) de queen van de concrete jungle. Ze wandelde in volledige euforie naar haar hotel. En volledig in Amerikaanse stijl… haar poncho waaide bij ieder luchtrooster à la Marylin op. Een held met stijl!

 

Who run the world? Vanessa en Anouk (zie startnummer)!

Reageer

Navigate